Uw aangifte moet uiterlijk bij ons binnen zijn op de datum die staat in de 'Aangiftebrief loonheffingen' en de 'Mededeling loonheffingen aangifte doen en betalen'. In principe doet u aangifte na afloop van het aangiftetijdvak. Maar als u weet dat uw aangiftegegevens niet meer gaan veranderen, mag u ook binnen het aangiftetijdvak aangifte doen en betalen.).
U kunt geen aangifte doen of betalen vóór het begin van het aangiftetijdvak. Wij kunnen dat niet verwerken. Een uitzondering geldt voor bv's van directeuren-grootaandeelhouders en pensioen- en stamrecht-bv's.
Besloten vennootschappen (bv's) met alleen een of meer directeuren-grootaandeelhouders (dga's) mogen aangifte loonheffingen doen over aangiftetijdvakken die nog niet zijn begonnen. Hierbij gelden 2 voorwaarden:
De regeling geldt ook voor pensioen- en stamrecht-bv's die – naast de uitbetaling van het loon van de dga – alleen uitkeringen doen waarover ze geen premies werknemersverzekeringen hoeven te betalen.
Wachtgeld is in Nederland een werkeloosheiduitkeringsregeling die bij de overheid in gebruik is voor politici en bestuurders. Men ontvangt het na ontslag of na beëindiging van het (verkiezings-)mandaat, in afwachting van ander werk of een pensioen. Tot 2001 was er ook een dergelijke regeling voor (semi-)ambtenaren.
De naam wachtgeld stamt uit de tijd dat een ambtenaar formeel niet ontslagen kon worden. Als hij geen actieve functie meer had, moest hij op een nieuwe betrekking "wachten". Het woord is zo bezien een eufemisme voor ontslag. Maar ook in de Werkloosheidswet komt de term 'wachtgeld' voor.
Het wachtgeld is in Vlaanderen de uitkering die minderjarige schoolverlaters in deeltijdse leersystemen krijgen in afwachting van een echte werkloosheidsuitkering.
Politiek/bestuur
De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) regelt niet alleen pensioen maar ook wachtgeld.
Politici/bestuurders hebben een verhoogd afbreukrisico door, onder andere, de kans om onverwacht hun functie te verliezen. Niet altijd is terugkeer naar de oude baan mogelijk. Daarvoor is wachtgeld gecreëerd (100% → 80% → 70% (en vroeger ook nog 60%); alles wat men daarna meer verdient dan 100% van hun 'oude' functie wordt gekort. Als het salaris in de nieuwe functie meer is dan in de 'oude' dan vervalt het wachtgeld dus geheel.
De uitkering varieert in hoogte en duur. Een en ander is afhankelijk van het mandaat, de termijnen, leeftijd en omstandigheden. Soms zijn er onduidelijkheden en problemen rondom samenloop/overlap/lengte.
Regelingen
- De duur van de wachtgelduitkering is gelijk aan de duur van de vervulling van de politieke functie, met een minimum van 2 jaar en een maximum van 6 jaar. Bij een functievervulling van minder dan 3 maanden bedraagt de uitkeringsduur 6 maanden.
- De leeftijd van de betrokkene. Voor dagelijkse bestuurders ouder dan vijftig jaar kan het verlengd worden tot hun 65e jaar als men meer dan 10 jaar het ambt heeft bekleed; dus hier kan het maximaal 15 jaar zijn.
- Vermogen dan wel eerdere of neveninkomsten voor of tijdens de ambtsperiode tellen niet mee bij de hoogte van het wachtgeld. Het wachtgeld is in het algemeen in het eerste jaar 80%, en in het tweede jaar en daarna 70% van laatste het salaris als politicus.
- Latere inkomsten, dus na beëindiging mandaat als politicus/bestuurder, worden wel gekort op het ontvangen wachtgeld. In het algemeen moet men alles boven de 100% teruggeven, dus in het eerste jaar kan men tot 20% en in tweede en volgende jaren tot 30% 'bijverdienen' zonder problemen.
- Ambtenaren hebben in het algemeen een terugkeergarantie in hun 'oude' overheidsomgeving maar soms gaan ze er niet terug aan de slag. Voor terugkerende werknemers uit bedrijfsleven geldt zoiets niet en daarvoor is met name wachtgeld bedoeld.
- Sommigen hadden/hebben/creëren een eigen (advies-)bedrijf en daarvan kunnen inkomsten dus soms moeilijk in mindering worden gebracht op wachtgeld (startersaftrek; verliescompensatie; vrijstellingen en dergelijke)
- Sommigen toucheren na afloop in allerlei functies onkostenvergoedingen die niet altijd belast worden of het wachtgeld verminderen.
- Er kan sprake zijn van een samenloop van wachtgeld-uitkeringen als van verschillende en eerdere politieke/bestuurlijke functies; vaak is niet duidelijke welke instantie wat nu moet verrekenen of dat men periodes bij elkaar kan optellen (of doorschuiven ??). Hierdoor zijn er zowel mensen (on)bewust in problemen gekomen alsmede schrijnende gevallen ontstaan.
- Ook pensioen-opbouw is in algemeen in periode van wachtgeld lager (of slecht) dan in periode van gewoon salaris.
Overheid en onderwijs
Het Rijkswachtgeldbesluit 1959 was vanaf 1 maart 1994 niet meer van toepassing in de sector onderwijs, met de komst van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO)[1]. Vanaf 1 januari 2001 was het ook niet meer van toepassing op nieuwe gevallen in de overige overheidssectoren (dit was de tweede fase van de operatie overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW; in de eerste fase werd de WAO voor overheids- en onderwijspersoneel ingevoerd). Vanaf 1 januari 2001 geldt zowel in de sector onderwijs als de overige overheidssectoren bij ontslag de Werkloosheidswet (WW) en vaak een bovenwettelijke uitkering. De derde fase, waarbij vóór 2001 toegekende uitkeringen (soms naastwettelijke uitkering genoemd omdat ze geen aanvulling zijn op de WW) die nog niet waren beëindigd of die nog konden herleven gesplitst zouden worden in WW en bovenwettelijke uitkering, is niet doorgegaan, omdat door vertraging van deze fase de uitkeringsduur van de WW vaak al verstreken zou zijn. Zo bleef bijvoorbeeld in de sector Rijk naast het nieuwe BBUW-Rijk het oude Rijkswachtgeldbesluit 1959 voorlopig nog bestaan, en in de sector onderwijs naast het nieuwe BBWO het oude BWOO.
Andere nog niet ingetrokken wachtgeldregelingen (die al of niet nog gelden voor nieuwe gevallen):
- Besluit vaststelling wachtgeldregeling militaire personeel zeemacht
- Besluit vaststelling wachtgeldregeling militairen Koninklijke landmacht beneden de rang officier
- Besluit vaststelling wachtgeldregeling officieren Koninklijke Landmacht
- Besluit wachtgeldduur burgerpersoneel militaire inlichtingendiensten
- Regeling wachtgeld en uitkering bij privatisering
- Wachtgeldbesluit Buitenlandse Dienst
Trivia
De wachtgeldregeling staat soms ter discussie. Bijvoorbeeld toen Philomena Bijlhout (LPF) in juli 2002 na negen uur in functie te zijn geweest als staatssecretaris haar ontslag indiende in verband met onthullingen over haar verleden. Zij had vervolgens recht op twee jaar wachtgeld.
Zie ook
Referenties
- ↑ Dit vloeide voort uit de Raamovereenkomst O&W-Centrales inzake verbetering positie onderwijspersoneel (Convenant II) van 11 november 1992.
Externe links