Een schnabbel is een lucratief klusje dat een muzikant, een amusementsartiest, politicus of een presentator als bijverdienste verricht. Het is afkomstig van het Duitse schnabeln ("met de snavel oppikken").
Hoewel de term van origine slaat op een klein optreden dat een artiest naast zijn hoofdwerkzaamheden verzorgt, zijn er ook artiesten wier carrière vrijwel uitsluitend uit schnabbels bestaat. In de jaren 1950 ontstond in Nederland bijvoorbeeld het schnabbelcircuit: een grote verzameling amusementsavonden die in feestzalen door het gehele land werden gehouden en die voor veel variété-artiesten de voornaamste bron van inkomsten waren. Het huidige schnabbelcircuit bestaat voornamelijk uit grote bedrijfsfeesten en braderieën.
Televisie
De term is ook gangbaar in de wereld van de televisie. Hierbij gaat het vaak om reclames, bijvoorbeeld het gebruik van een bekende stem. Ook optredens in het theater, het meedoen in andere tv-programma's en het geven van lezingen wordt tot het schnabbel-circuit gerekend. Tot enige jaren geleden deden succesvolle acteurs, actrices, dj's etc. dit maar weinig, maar de laatste jaren gebeurt het regelmatig.
Wanneer zeer bekende artiesten in - bijvoorbeeld - een speelfilm een piepklein rolletje hebben, wordt deze vorm van schnabbelen doorgaans een cameo genoemd.
Bij de publieke omroep is het bijklussen omstreden, omdat men vindt dat dit de journalistieke geloofwaardigheid van de presentatoren schaadt. Nadat de Journaal-presentatoren Annette van Trigt en Gijs Wanders vanwege nevenactiviteiten voor het UWV hun functie hadden moeten opgeven, vaardigde de hoofdredactie strenge regels uit. Later leidde dat tot een ernstig conflict tussen hoofdredacteur Hans Laroes en beoogd anchorman Charles Groenhuijsen. De laatste was het met de regels niet eens en verrijkte de Nederlandse taal met het woord schnabbel-Gestapo, hetgeen hem op ontslag kwam te staan. Ook sportjournalisten Youri Mulder en Jack van Gelder werd verboden om respectievelijk in een Postbank reclame te spelen en in het theater op te treden.
Politiek
Ook politici hebben schnabbels, vaak in de vorm van adviesfuncties of commissariaten. In de Nederlandse Tweede kamer mogen leden zoveel bijverdienen als ze willen. Wel moet boven de 12.298 euro per jaar de helft worden afgestaan aan de Kamer. CDA kamerlid Jules Kortenhorst werd in maart 2007 door Dagblad De Pers uitgeroepen tot "De beste schnabbelaar van de Tweede Kamer". Hij verdient jaarlijks 62.000 euro bij.
Parker is nooit getrouwd, maar heeft wel twee kinderen. In januari 2004 beviel ze van zoon William Atticus Parker, die ze kreeg met acteur Billy Crudup. Twee maanden daarvoor waren ze uit elkaar gegaan na een relatie van zeven jaar. Parker adopteerde op haar 43e een tweede kind uit Afrika, dochter Caroline Aberash Parker.
Een goed doel is een zaak van algemeen belang waar men geld of goederen aan kan geven. Ook kan men als vrijwilliger zijn tijd besteden aan werkzaamheden ten behoeve van een goed doel. In het verlengde daarvan wordt de term 'goed doel' gebruikt voor organisaties die zich inzetten voor dergelijke doelen.
Doelen
Enkele voorbeelden van doelen:
- onderzoek naar behandeling van ziekten
- opvang voor daklozen
- medische hulp bij rampen
- bescherming van een natuurgebied
- bestrijding van dierenmishandeling
- het steunen van culturele instellingen
- het steunen van weeskinderen en oorlogskinderen
De Nederlandse brancheorganisatie VFI hanteert een indeling met vier hoofdcategorieën en diverse subcategorieën:
| Gezondheid | Welzijn en Cultuur | Internationale hulp | Natuur en milieu |
- volksgezondheid
- gehandicaptenzorg
- blinden & slechtzienden
| - maatschappelijke en
sociale doelen in het eigen land - mensenrechten
- kunst & cultuur
- sport & recreatie
- onderwijs & onderzoek
- kerk & levensbeschouwing
| - ontwikkelingswerk
- vluchtelingenhulp
- slachtofferhulp
| - milieubelangen
- natuurbehoud
- dierenbelangen
|
Organisaties
Nederland
De meeste goede doelen organisaties hebben de structuur van een stichting. Het totale aantal goede doelen in Nederland is onbekend. 117 landelijk werkende goede doelen zijn aangesloten bij de brancheorganisatie Vereniging van Fondsenwervende Instellingen (VFI), de organisatie van landelijke goede doelen. Al deze organisaties zijn in het bezit van het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving. Volgens de VFI zijn er bij de Nederlandse belastingdienst ongeveer 18.000 goede-doelen instellingen geregistreerd. De belastingdienst houdt namelijk bij welke instellingen in aanmerking komen voor een verlaagd tarief van de successiebelasting.
De Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN) is een organisatie van particuliere vermogensfondsen. Een vermogensfonds is een organisatie die een hoeveelheid geld (vermogen) beheert met de bedoeling om daar meerdere organisaties, personen en projecten mee te steunen. Vele van die fondsen zijn opgericht door rijke personen en families, die met hun geld behoeftigen willen steunen of iets voor het algemeen belang willen doen. Het kan bijvoorbeeld besteed worden aan maatschappelijke zorg en hulpverlening, culturele manifestaties, studiebeurzen en dergelijke. De FIN geeft het Fondsenboek uit, waarmee mensen die ergens geld voor nodig hebben fondsen kunnen zoeken die misschien bereid zijn dat doel te ondersteunen.
Via de externe links aan het eind van dit artikel kunnen honderden goede doelen gevonden worden.
Geldwerving
Goede-doelenorganisaties zijn zeer vindingrijk in het verzamelen van geld. Grotere organisaties hebben hiervoor zelfs gespecialiseerde fondsenwervers in dienst. Hoewel de goede doelen vaak begonnen zijn als een clubje amateurs, hebben vele tegenwoordig een professionele organisatie, die een commercieel bedrijf niet zou misstaan.
De meest gebruikte methoden om geld te verzamelen zijn:
- Reclame maken voor het doen van girale giften (geld overmaken)
- Het grootschalig verzenden van verzoeken om geld via post of e-mail (zogenaamde bedelbrieven).
- Collectes die deur-aan-deur gehouden worden, met een collectebus of collectelijst.
- Collectes die worden gehouden op plaatsen waar mensen bij elkaar komen, zoals in een kerk.
- Persoonlijke werving
- Straatwerving (ook wel in vakjargon 'Face-to-face' of 'Direct dialogue' genoemd) waarbij speciaal opgeleide wervers (vaak studenten die wat bijverdienen) voorbijgangers aanspreken en een periodieke donatie bepleiten via een doorlopende machtiging. De gemiddelde donatie is € 5 per maand. Dit gebeurt meestal in winkelcentra en supermarkten. Hiervoor hebben ze echter een standplaatsvergunning nodig van de betreffende gemeente.
- Huis-aan-huiswerving (ook wel in vakjargon: 'Door-to-door'); hetzelfde als bij straatwerving, maar dan huis-aan-huis; de opbrengst is doorgaans hoger, soms wel € 10 per maand. Hiervoor is een gemeentelijke collectevergunning vereist.
- Telefonische werving
- Werving van nieuwe donateurs per telefoon. Aan de hand van adreslijsten worden particulieren en bedrijven gebeld en verzocht donateur te worden met een vast maandbedrag.
- Bestaande donateurs worden gebeld met de vraag of ze een hoger bedrag per maand willen geven. In vakjargon heet dat 'upgraden'
- Loterijen en andere kansspelen.
- Dingen verkopen, waarbij (een deel van) de opbrengst naar het goede doel gaat, bijvoorbeeld kinderpostzegels, spullen in een Wereldwinkel of door middel van Goede Doel Bedels.
- Via Internet:
- door in internetadvertenties om donaties te vragen
- door middel van sponsors die een bedrag per klik op een reclamebanner aan een goed doel ter beschikking stellen.
- door een online-collecte; vrijwillige collectanten plaatsen een online collectebus op hun eigen website of op hun eigen pagina op een goede-doelen site, en vragen per e-mail hun kennissen om een gift.
Controle
Daarbij is het natuurlijk mogelijk dat een deel van het geld niet goed terecht komt. Het komt voor, dat het verdelen van voedselhulp zo vertraagd wordt, dat het voedsel bederft voordat het bij de doelgroep arriveert. Een kostbaar onderzoek naar een nieuw medicijn kan mislukken doordat het niet deskundig wordt aangepakt. Ook zal een deel van het geld aan administratie, reclame en dergelijke worden besteed. Er wordt dan gezegd dat er geld aan de strijkstok blijft hangen. Tenslotte komt het een enkele keer voor dat malafide geldinzamelaars geld achteroverdrukken.
In Nederland verleent het CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving) het CBF-Keur aan instellingen die voldoen aan strikte eisen van betrouwbaarheid en controleerbaarheid. Zo mag er niet meer van 25% van het geworven geld aan kosten voor fondsenwerving worden besteed. Medio 2004 zijn er 252 instellingen met een CBF-Keur of een Verklaring van geen bezwaar.
De Verklaring van geen bezwaar kan worden gegeven aan kleinere of zeer jonge instellingen, die (nog) niet aan de meest gedetailleerde controle-eisen kunnen voldoen.
In 2004 was er veel kritiek op de hoogte van de directiesalarissen, naar aanleiding van het salaris van de directeur van de Hartstichting. Deze controverse leidde onder andere tot diens ontslag en later tot de adviesregeling directiesalarissen van de VFI.
Fiscale aspecten
In veel landen kunnen giften aan erkende goede doelen worden afgetrokken van de inkomsten waarover men belasting moet betalen. Hiervoor moet wel voldaan worden aan enkele eisen die de belastingdienst van dat land hieraan stelt. Voor Nederland zie algemeen nut beogende instelling.
Externe links